Bart Vodderie


Bio

De Buitenstaander
Mijn wortels liggen in Reet

Geef toe, als openingszin kan zoiets tellen. Laat me deze vijf woorden even verduidelijken. Toen mijn goede vriend Bart (hey, wie mij (vorstelijk, ahum) betaalt, is altijd mijn vriend) me vroeg om een column te schrijven, antwoordde ik, zoals ieder weldenkend mens: “Hoeveel?” “5000,” zei hij. “Euro,” vroeg ik? “Aanslagen,” antwoordde hij. “Waar,” vroeg ik. “In het informatieblad van Eeklo,” zuchtte hij. “Pfiee,” floot ik. En ik die dacht het zo rustig was in Eeklo.

Nadat de verwarring over de aanwezigheid van terroristische cellen in het plaatselijke postkantoor uit de weg was geruimd, stelde ik een, zoals men dat van mij gewend is, andere intelligente vraag: “Waarover moet het gaan?” “Eeklo,” was het teleurstellende antwoord.

“Dat kan je niet menen,” pruttelde ik tegen. “Ik ken niets van Eeklo, ik ben er in mijn leven maar twee keer geweest en ik durf zelfs niet zeggen waarom.” “Waarom?” vroeg hij. “Durf ik niet zeggen,” antwoordde ik nogal voorspelbaar. “Maar geloof mij, ik schrik nog wekelijks badend in het zweet wakker.”

“Van waar ben je dan, als je niet van Eeklo bent?” In Barts ogen is iedereen van Eeklo, denk ik.  Puur toevallig, en daarmee ook op de enige manier waarop hij daartoe in staat is, had hij een intelligente vraag gesteld. Ondanks mijn beperkte fysiek worstel ik immers ook al jaren met die vraag . Iedereen is namelijk ergens van, zelfs al is het van Lotje Getikt. Maar van waar ben ik?

Mijn geslacht is uit Reet afkomstig (dit is geen mop en zeker geen insinuatie). Mijn over-overgrootvader Alphonsus V. was de burgervader van die vermelde stad in een tijd toen ze nog kon wedijveren met andere grote wereldsteden (ze verloor wel altijd). De rest van onze stamboom heeft helaas meer weg van een treurwilg dan van een statige eik, net zoals mijn leven eerder leest als een gestencild pamfletje dan als een spannende avonturenroman.

Een paar generaties later vinden we het geslacht V. immers terug in Antwerpen, zoals iedereen (vooral zij die er wonen) zal bevestigen wederom een stad van wereldformaat. De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat ik het nooit tot Antwerpen-Stad geschopt heb. Mijn schoppen beperkte zich tot een voetbal op het Koxplein in hartje Borgerhout. Ik spreek nu over een tijd waarin de faam van dat plein eerder te danken was aan de vrolijk hun gevoeg doende duiven dan aan de halfjaarlijkse rellen. De rest van onze stamboom heeft helaas meer weg van een treurwilg dan van een statige eik, net zoals mijn leven eerder leest als een gestencild pamfletje dan als een spannende avonturenroman.


Maar kom, ik dwaal af. Dat deed mijn moeder ook en zo rond míjn negen en haar veelvoud ervan, verhuisden we naar de volgende wereldstad: Kortrijk. Voor wie er nog nooit geweest is: Kortrijk ziet er, op de verschillen na, net hetzelfde uit als Eeklo. Alleen wonen er andere mensen. Ze spreken ook anders. Twaalf volle jaren heb ik mijn best gedaan om ze te begrijpen. Toen ben ik uit arren moede maar naar Brussel getrokken, daar spreken ze ook Frans maar wel beter. Brussel is, zoals jullie weten, onze tweetalige hoofdstad. Ter plaatse merk je daar wel niets van.

Bart, die tijdens mijn boeiende levensbeschrijving aandachtig had zitten luisteren, ondertussen de rouwranden onder zijn nagels vandaan halend, wat vuil uit zijn rechterachterkies peuterend en tijdens het geeuwen zo ver zijn mond opentrekkend dat ik hoogtevrees kreeg, zag zijn kans schoon. “Antwerpen, Kortrijk en Brussel, prachtig. Waar kom je uit als je een rechte trekt vanuit die drie steden? Eeklo toch?” “Als je de lat goed scheef legt, wel ja,” mompelde ik nog, maar hij was niet meer tegen te houden. “Voila,” zei hij (want hij pronkt graag met zijn vreemde (inderdaad!) talenkennis). “Het is duidelijk, jij bent eigenlijk van Eeklo en daarom perfect geschikt om er een column over te schrijven.” Bart heeft soms vreemde gedachtekronkels.

Maar gebeurt er dan ooit iets in Eeklo?” vroeg ik hem voorzichtig. “Iets belangwekkend, iets opzienbarend of iets dat in andere wereldsteden niet gebeurt?” “Natuurlijk, constant, overal,” schreeuwde hij met haast overslaande stem want als Bart eenmaal op dreef is dan durven zijn emoties zijn eerder beperkte intellectuele redeneervermogen wel eens driftig afblaffen en in een hoekje duwen. “Wat dan?” stamelde ik. “Wij winnen prijzen, wij worden genomineerd, …”. “In die volgorde?” probeerde ik het even sarcastisch, maar dat is bij Bart vergeefse moeite. “

Nu is Bart in de categorie grote lichten misschien eerder een 50 Watt-peertje dan een schijnwerper maar eerlijk is hij wel. Leugens kan hij toch niet onthouden. Ik ben het dan maar op internet gaan opzoeken en inderdaad: Eeklo is genomineerd. Het kerkhof van Eeklo meer bepaald… in de categorie vernieuwingen… Tja, wat moet ik daarop zeggen? Dat de waarheid soms surrealistischer is dan wat zelfs de meest geflipte columnist uit zijn duim kan zuigen? Dat er bij de bekendmaking van de nominatie niet meteen juichkreten opstegen op de begraafplaats? Weet je wat? Als ik er binnen een veertigtal jaar het bijltje bij neerleg, kom ik bij jullie wonen op het kerkhof. Beloofd! Maar dan moeten jullie het wel vernieuwend houden hé!


BaVo (pseudoniem voor iets anders)

Deze man woont niet in Eeklo en laat daarom zijn subjectieve blik schijnen over deze wereldstad en haar inwoners. Hij is nog nooit op een vernieuwend kerkhof geweest.


Albums



Handleiding voor het invullen van een vrouwelijk profiel

© MARCEL 2004 - Contact Marcel / Webdesign NETLASH